Producenten, consumenten en andere spelers uit het voedsellandschap maakten in 2024 de balans op: hoe staat het er anno nu voor met de duurzame korte keten in de Greidhoeke en de rest van Fryslân. Dat leverde een beeld op van volop mogelijkheden, maar ook van talloze hindernissen. Hoe gaan we verder, nu het voorbereidende Fieldlab Duurzame Korte Keten Greidhoeke afgelopen is? Martien Lankester (Avalon Foundation) en Bregje Hamelynck (De Voedselwerkplaats) blikken terug én vooruit.
Door Freya Zandstra
Het Fieldlab was bedoeld voor de opzet van een model om de duurzame korte keten te versterken. Onder de vlag van de Friese Voedselbeweging werd geïnventariseerd hoe het nu gesteld is met de lokale markt voor biologisch en verantwoord geproduceerd voedsel uit eigen buurt. Daar is met inventarisatierondes onder boeren en tuinders, met burgers, voedselcollectieven en onderwijsinstellingen een beeld van geschetst.
Daarbij ging het over samenwerking in de keten, over transparantie en logistiek – maar vooral over eten. “Er is te weinig brood, dat is heel duidelijk”, zegt Bregje Hamelynck. “Als we aan de slag kunnen met de keten, moeten we daarmee beginnen. Van de Big Five van ons eten – brood, zuivel, vlees, eieren en groente – zijn de eerste twee hier matig verkrijgbaar in deze regio. Kaas is er wel, heel veel zelfs – maar lokaal verwerkte biologische melk en boter niet of nauwelijks. En ook groenten zijn er nog onvoldoende.”
“Dit Fieldlab heeft voor mij duidelijk gemaakt dat we nog maar aan het begin staan”, zegt Martien Lankester, medegrondlegger van het Fieldlab. “Ook al zijn we er al heel lang mee bezig; de uitvoering blijft een lastig ding. Hoe gaan we met producenten en consumenten tegelijk stappen zetten? De bijeenkomsten die we hebben belegd, hebben veel mensen in beweging gebracht. Dat is goed om mensen van de verschillende deelnemende partijen bij elkaar te brengen in het gedachtengoed dat ze delen. Dat moeten we om zien te zetten in koopgedrag, want mensen willen echt wel.”
“Het Fieldlab is opgezet als een experimenteerlocatie”, zegt Bregje Hamelynck. “Het lastige is dat een groot deel van het budget dat bij aanvang voor de uitwerking in het vooruitzicht gesteld was voor de achttien Fieldlabs in Nederland, is komen te vervallen. Dus we slingeren de hele keten aan, maar nu is het zoeken naar de mogelijkheden voor een vervolg. Wat we wél hebben is: beter zicht op wat er geproduceerd wordt en meer zicht op de samenwerkingskansen. De Friese Voedselbeweging is weer helemaal geactiveerd en onderlinge samenhang tussen vraag en aanbod is voor alle spelers veel concreter geworden. Ik heb goede hoop dat we dit jaar financiering vinden om ons Plan van Aanpak uit te voeren.”
“Burgers moeten een keuze hebben waar zij hun lokale duurzame boodschappen doen: op de markt, in de winkel, thuisbezorgd of via een voedselcoöperatie. Dat moet professioneel en transparant geregeld zijn”, zegt Hamelynck. Zowel voor de diversiteit in verkrijgbaarheid, professionalisering als transparantie zijn stappen opgenomen in het Plan van Aanpak. “
“De overtuiging dat de duurzame korte keten duur is, daar moeten we vanaf”, zegt Martien Lankester. “Als we een paar stappen in de keten overslaan, dan zou dat niet duurder moeten zijn. Dan blijkt ook maar weer hoe belangrijk True Pricing is: deze producenten veroorzaken minder externe kosten (uitstoot broeikasgassen, waterverontreiniging fz), en voldoen aan meer waarden die we als maatschappij belangrijk vinden.”
Toen het voorbereidende Fieldlab werd opgezet, samen met 17 andere Fieldlabs in Nederland, was het vooruitzicht dat er geld zou zijn voor het in de praktijk opzetten van een aantal van de modellen die ontwikkeld werden. De opzet van lokale korte ketens was een onomstreden onderdeel van het Landbouwakkoord, maar toen dat akkoord werd opgeblazen, vervloog ook de afgesproken ondersteuning voor de korte keten. Ondanks dat er een streep werd gezet door deze financiering, is de Friese Voedselbeweging hoopvol dat het ontwikkelproces door blijft gaan.
Belangrijk hulpmiddel om inzicht te krijgen in vraag en aanbod, is de Voedselmixmethode. Deze methode is een uitwerking van de Energiemixmethode, waarmee de Energiewerkplaats al jaren succesvol inzichten verschaft aan dorpen die duurzaam in hun eigen energiebehoefte willen voorzien. De Energiewerkplaats maakt net als de Voedselwerkplaats deel uit de Stichting Duurzame Gemeenschappen. “Met de Voedselmixmethode wordt helder hoeveel hectare grond nodig is als we als regio lokaal en duurzaam in ons eten willen voorzien”, zegt Hamelynck. “Daarmee wordt de lokale duurzame keten minder abstract.”
Het voorbereidende Fieldlab Duurzame Korte Keten Greidhoeke was een eerste gefinancierd onderdeel van het meerjarig plan voor een Bioregio. Hierin wordt beoogd een regionaal project te ontwikkelen waarin de landbouw, voeding en gezondheid centraal staan.
“Het is een cruciaal onderdeel van de Bioregioplannen”, vindt Lankester. “We hebben hier alles in huis voor een écht duurzame korte keten en wat we hier ontwikkelen, kan een heel mooi voorbeeld zijn voor de rest van het land. We moeten doorgaan met stappen zetten, ook al zijn er soms verschillen van inzicht. Het belang is te groot om elkaar af te willen troeven.”